NeSP’22

In 2022 viert het Nederlands Symfonie Project zijn tienjarig bestaan. Dat vieren we groots met een feestelijk programma in de mooiste concertzalen van het land.

Wil je meespelen? Meld je hier aan.

 

Programma

RespighiPini di Roma
RavelPianoconcert in G met Thomas Beijer
RachmaninovSymfonische Dansen

 

Concerten

  • Donderdag 25 augustus | Doetinchem – Schouwburg Amphion
  • Vrijdag 26 augustus | Eindhoven – Muziekgebouw Frits Philips
  • Zaterdag 27 augustus | Zutphen – Theater Hanzehof
  • Zondag 28 augustus | Amsterdam – Muziekgebouw aan ’t IJ
  • Zaterdag 17 september | Amsterdam – Klassiek op het Amstelveld

 

Pini di Roma – Ottorino Respighi
De Italiaanse componist Ottorino Respighi (1879-1936) schreef drie symfonische gedichten als ode aan de stad Rome, waarvan Pini di Roma de laatste is. Pini di Roma bestaat uit vier delen, waarin steeds op muzikale wijze pijnbomen op verschillende plaatsen in de stad op verschillende delen worden afgebeeld. In het eerste deel spelen kinderen bij de pijnbomen van de Villa Borghese. In het tweede deel verdwijnen de kinderen plotseling en worden de schaduwen van pijnbomen over een Romeinse catacombe afgebeeld. In het derde deel, een nocturne op de heuvel Janiculum, schijnt de volle maan op de pijnbomen vlakbij de tempel van Janus. Aan het eind van dit deel zingt een nachtegaal. In het laatste deel worden pijnbomen aan de Via Appia afgebeeld, als terugblik op de glorie van het oude Romeinse Rijk. Een legioen houdt een triomftocht bij zonsopgang en eindigt met schitterend, triomfantelijk trompetgeschal.

Pianoconcert in G – Maurice Ravel
Maurice Ravel (1875-1937) begon met het schrijven van zijn Pianoconcert toen hij net terug kwam in Parijs van een tournee in Amerika. Hij liet zich inspireren door de jazzcultuur die zowel in Amerika als in Parijs heerste en verwerkte kenmerken van jazz in zijn Pianoconcert. Het eerste deel opent met een zweepslag en Spaanse klanken uit zijn jeugd. In dit deel komen we ook allerlei verwijzing naar blues tegen. In het tweede deel zet Ravel de jazz tijdelijk aan de kant. Het stuk komt tot rust met een prachtige piano solo. Deze wordt overgenomen door soli in de fluit, hobo en klarinet, die uitlopen op het tweede thema. Het deel eindigt met een triller in de piano die uitgaat als een nachtkaars. Het begin van het derde deel schudt de luisteraars weer wakker. Na een korte introductie door een bigband begint de piano aan het wilde thema, dat het hele deel wordt doordrongen van de jazz. Na dit thema volgt een al even wilde finale.

Symfonische dansen – Sergej Rachmaninov
De Symfonische Dansen is het laatste grote orkestwerk van de Russische componist Sergej Rachmaninov (1873 – 1943). De oorspronkelijke naam van de Symfonische Dansen was Fantastische Dansen, waarvan de drie delen Middag, Schemering en Middennacht werden genoemd. Deze oorspronkelijke titels worden niet meer gebruikt, maar de Symfonische Dansen bestaat nog steeds uit drie delen.
Ondanks het uiterst romantische karakter van het werk, zijn er veel moderne invloeden in de Symfonische Dansen te horen. Zo gebruikt Rachmaninov een altsaxofoon, een ongebruikelijk instrument in symfonieorkest, om een extra klankkleur te kunnen gebruiken in het eerste deel. In het derde deel zijn duidelijk jazz-invloeden te horen, een muziekstijl die in de eerste helft van de twintigste eeuw voet aan de grond kreeg. Ook gebruikt Rachmaninov energetische, complexe ritmes, zonder twijfel geinspireerd door de Sacre du Printemps, een revolutionair twintigste-eeuws ballet van Igor Stravinsky, en combineert deze ritmes met de heerlijkste melodieën. In de Symfonische Dansen citeert Rachmaninov veel van zijn eerdere composities, en vormt daarmee een soort bloemlezing. Uit het oog spring een citaat van zijn geflopte Eerste Symfonie, maar dan in majeur; een bitterzoete herinnering. Het tweede deel is een duistere wals. In originele schetsen van dit deel was regelmatig “Schemering” geschreven. Het derde deel is een strijd tussen de Dood, afgebeeld door het beroemde Dies Irae thema, en de Heropstanding, afgebeeld door een verwijzing naar het negende deel van zijn Vespers, waarin wordt gezongen over het paasverhaal. De strijd wordt gewonnen door de Heropstanding, en op deze plaats in de partituur schreef Rachmaninov “Halleluja!”.